02.06.2026
Versoepelingen wet overheidsopdrachten 2026 – deel 3: uitsluiting, selectie, UEA en gelegenheidsaankopen
In ons vorige blogbericht lichtten we drie wijzigingen uit het voorontwerp van wet van 29 april 2026 toe: de procedure ‘aanvaarde factuur’, de elektronische handtekening en de mededeling van de rangschikking.
Het voorontwerp gaat evenwel ruimer. In dit bericht belichten we twee andere thema’s die voor de praktijk minstens even relevant zijn: de hervorming van de kwalitatieve selectie (uitsluiting, selectie, UEA en impliciete verklaring op eer) en de nieuwe grond voor onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor zogenaamde gelegenheidsaankopen.
1. Context
Het voorontwerp werd op 30 april 2026 goedgekeurd door de ministerraad en ligt voor advies bij de Raad van State. Finale goedkeuring en publicatie worden in het najaar van 2026 verwacht, met ruime overgangstermijnen. Voor de hieronder besproken wijzigingen is voorzien in een inwerkingtreding twaalf maanden na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Wat hierna volgt, is dus nog geen geldend recht en kan nog niet toegepast worden in lopende plaatsingsprocedures.
2. Uitsluiting, selectie, UEA en impliciete verklaring op eer
In artikel 66, 71, 73 en 74 van de wet worden een heel aantal versoepelingen doorgevoerd m.b.t. het UEA, uitsluiting en selectie en de impliciete verklaring op eer.
Zo wordt de verplichte mini-selectie op basis van het UEA opgeheven en geldt niet langer de verplichting om binnen 20 dagen na opening van de offertes de attesten met betrekking tot fiscale en sociale schulden op te zoeken.
In een aantal toepassingsgevallen van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking kan de aanbestedende overheid ervoor opteren om geen UEA te vereisen, ook boven de Europese drempels.
Onder de Europese drempels wordt het voor eenfaseprocedures en voor leveringen en diensten niet langer vereist om selectiecriteria te bepalen in het bestek.
Meest ingrijpend is de sterke verruiming van de impliciete verklaring op eer (zeg maar het UEA voor opdrachten onder de Europese drempels). Dit zal niet langer enkel gelden voor de uitsluitingsgronden, maar ook voor de selectiecriteria.
Verder wordt verduidelijkt dat de aanbestedende overheid noch bij het UEA, noch bij de impliciete verklaring op eer de onderliggende bewijsdocumenten mag opvragen voor opening van de kandidaturen resp. offertes.
Artikel 17 van het voorontwerp voegt een nieuw artikel 74/1 WOO in dat het ‘only once’-principe verankert. Beschikt de aanbestedende overheid al over bewijsdocumenten uit een eerdere procedure, of zijn die ophaalbaar uit een gratis nationale databank (zoals Telemarc), dan mag zij die niet opnieuw vragen aan de ondernemer.
3. Nieuwe grond voor onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking: de ‘gelegenheidsaankoop’
Artikel 9 van het voorontwerp voegt aan artikel 42, § 1 WOO een nieuwe rechtsgrond (6°) toe waarop voor de klassieke sectoren een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking kan worden toegepast: de zogenaamde gelegenheidsaankoop.
De nieuwe bepaling luidt:
“Overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking […] in de volgende gevallen: 6° in geval van gelegenheidsaankopen, wanneer zich gedurende zeer korte tijd een bijzonder voordelige gelegenheid tot aanschaffing van leveringen voordoet en waarvoor de te betalen prijs ver onder de normale marktprijs ligt en de goed te keuren uitgave lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.”
Deze toepassingsgrond bestaat reeds in de speciale sectoren en wordt nu naar de klassieke sectoren uitgebreid.
Meer weten?
Volg vanaf 3 juni 2026 ons actua webinar De uitbreiding van de procedure aanvaarde factuur en andere versoepelingen van de wet overheidsopdrachten in 2026, waarin we ook deze thema’s uitgebreid behandelen.
Neem gerust contact op voor advies op maat.