22.05.2026

Competitiviteit Vlaamse overheidsopdrachten 2025: meer offertes, kortere doorlooptijden en evenwicht in gunningscriteria

In antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams parlementslid Peter Van Rompuy heeft minister Hilde Crevits cijfers vrijgegeven over de competitiviteit van de Vlaamse overheidsopdrachten in 2025. De cijfers tonen voor het eerst in jaren een duidelijke ommekeer op drie sleutelindicatoren.

1. Meer offertes per perceel

Het gemiddeld aantal offertes per perceel klom in 2025 naar 3,1. Dat is het hoogste aantal sinds de start van de registratie via eDelta Vereenvoudigde Registratie in 2018, en duidelijk boven het meerjarengemiddelde van 2,8. In voorgaande jaren schommelde het aantal offertes tussen 2,5 en 3.

Het aantal offertes blijft volgens de minister sterk afhankelijk van het voorwerp van de opdracht en het aantal actieve ondernemingen in de betrokken sector. Ook de marktsituatie speelt mee: een grotere vraag naar werk op de markt zorgt ervoor dat ondernemingen selectiever worden bij overheidsopdrachten, en omgekeerd.

2. Doorlooptijd drastisch korter

De gemiddelde doorlooptijd – het aantal dagen tussen de lanceringsdatum en de gunningsdatum – is in 2025 gezakt naar 107 dagen. Ter vergelijking: in 2023 en 2024 bedroeg dit respectievelijk 158 en 159 dagen. Concreet betekent dit dat plaatsingsprocedures gemiddeld bijna een derde sneller verlopen dan twee jaar geleden.

Voor aanbestedende overheden en inschrijvers is dat goed nieuws. Een vlot verloop versterkt de planningszekerheid en maakt overheidsopdrachten aantrekkelijker voor ondernemingen die capaciteit niet langdurig willen reserveren in afwachting van een gunningsbeslissing.

3. Gunningscriteria: evenwicht hersteld

In 2025 werd 49,0% van de opdrachten gegund op basis van de laagste prijs, en 50,4% op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding. Dat is een opmerkelijke verschuiving ten opzichte van de voorbije jaren, waarin de prijs-kwaliteitsverhouding domineerde (bijna 60% in 2023 en 2024).

De minister benadrukt dat een gunning op basis van de laagste prijs geen negatieve impact hoeft te hebben op de concurrentie, op voorwaarde dat de gewenste kwaliteit op voorhand vaststaat of de te leveren prestatie nauwkeurig wordt omschreven. De keuze tussen beide methodes blijft een bevoegdheid van elke aanbestedende overheid, afhankelijk van het voorwerp van de opdracht.

Op de agenda: kmo-omzendbrief en verdere wijzigingen federale regelgeving

De minister wijst in haar antwoord ook op enkele initiatieven die de competitiviteit verder moeten ondersteunen:

➞ Een aangekondigde omzendbrief over kmo-toegankelijke overheidsopdrachten, met aanbevelingen voor aanbesteders om bij de voorbereiding, plaatsing en uitvoering rekening te houden met de toegankelijkheid voor kmo’s.
➞ Bijkomende wijzigingen door de federale wetgever in 2026 (zie ook onze eerdere bijdragen over het voorontwerp van wet van 29 april 2026).

Wat betekent dit voor uw praktijk?

De cijfers bevestigen dat de inspanningen om de procedures rond overheidsopdrachten administratief lichter en efficiënter te maken hun vruchten kunnen afwerpen.

 

De volledige vraag en het antwoord zijn beschikbaar op de website van het Vlaams Parlement.